up close & personal



Op. Op. Alles is op



Het is crisis in Annekesland. Crisis op zowat alle fronten waarop het crisis kan zijn.

Een nieuwe ‘wie/wat/waar ben ik?’  inclusief moodswings en slapeloze nachten heeft zich genadeloos aan mij opgedrongen. Ik heb een hele tijd voortgeraasd, geleefd en zogezegd verwerkt zonder stil te staan. En nu, met het finaal neerdwarrelen van de bladeren, heb ik alles in een hapklare portie frustratie op mijn ‘talloor’ voorgeschoteld gekregen. Of het een goed idee is om mijn gal te gaan spuien op dit medium betwijfel ik zelf ten zeerste. Ik ben dan ook niet de vrouw van de goede ideeën. Maar ik zie het eerder als een vervroegd nieuwjaarsgeschenk, eentje dat ik mezelf doneer om eens echt alle vuiligheid uit mijn leven te borstelen.


Ik ben boos. Heel erg boos. Boos op alle Totentrekkers die mij de laatste vier jaar voor de gek hebben gehouden. Okee, toegegeven, het is wat kort door de bocht scheren van mij, want ik kan de verontwaardigde reacties van de manspersonen die zich in mijn contreien hebben begeven door de jaren heen, al horen. Nee, degenen die hier niet bijhoren weten dat, sans doute. De anderen hopelijk ook.


Ik zal zeker niet beweren dat ik superieur ben. (Daar wordt overigens naarstig aan gewerkt. Binnenkort zou normaal het prototype van Mezelf Versie 7.8 op de markt moeten komen. Inclusief bug fixes, updates en een stabieler systeem, maar dit compleet terzijde.) Maar in afwachting van deze feestelijke lancering vond ik het tijd om me eens een kritische bedenking te maken.


Ik ben, zoals de meesten wel zullen weten, nog altijd alleen. Ik zeg het bewust zoals het is: alleen. Ik behoor dus tot de groep sukkelaars die de minste centen binnenkrijgen en toch in verhouding onze samenleving het meeste steunen. Tot de groep die het beu is om de medelijdende blikken te krijgen als er een feestje is. En op datzelfde feestje vaak een foto voorgeschoteld krijgt van één of andere duffe achterneef die nét toevallig ook nog single is (moh, dat zou wel eens kunnen werken!). Ik kan hier nog wat in het lang en breed verbitterd over doorgaan, maar de feiten zijn de feiten. En ik krijg regelmatig het goedbedoelde advies om te gaan daten, om nieuwe mensen te ontmoeten. En zo geschiedde. Contacten werden er -euh- gelegd.


Telkens opnieuw ontmoette ik indringers, die me met hun zoete woordjes en loze beloftes (die ook wel vaak vaag waren ja — om achteraf weggevaagd te worden onder het begrip ‘eerlijkheid’ — want mijnheer had tenslotte nooit iets beloofd) spreekwoordelijk over mijn rode bolletje aaiden, me speels aankeken, me wilden laten merken hoe speciaal ik wel was.

Het gaat nu over de fase waarin we elkaar al een beetje kenden, dus niet over de ‘als ik wat ga humpen tegen haar op de dansvloer zou ik dan een klets krijgen of niet?-fase’. (Overigens niet zo’n aanrader. Bij mij toch niet althans.) De fase waarin er ook al wat meer geconsumeerd werd dan enkel een aperitiefje.

De fase waarop Mansmens me elke dag wilde zien, me overal mee naartoe sleepte, zelfs naar zijn ouders. Maar een relatie mocht ik het niet noemen, we zouden wel wat doen alsof. Hij was te beschadigd om ooit nog een relatie te hebben, maar ik was wel okee om mammie en pappie mee te spelen. Tot de radio silence op een dag intrad en mijnheer toch een Echte Relatie begonnen was. Moeder de Domme Gans mocht vanop de zijlijn toekijken.


Of de fase waarop Andere (Nog Ergere) Mansmens me meenam op zonnige uitjes naar het park, met aardbeien en een picknickdeken. Gezellig in het zonnetje vertelde hij mij dat hij misschien nog naar amandelolie rook. Nee, hij had zich niet gewassen met Le Petit Marseillais amandelmelk en katoenbloesem, maar wel net een body to body massage met een ander meisje gehad. Nadat ik hem vriendelijk verzocht had om eens vierkant naar de Filistijnen te lopen, heeft hij me toch nog zeker een jaar lopen lastigvallen met de mededeling dat ik de vrouw van zijn leven was. Het zag er me een veelbelovend scenario uit, dat leven met hem.


Er zijn ook voorbeelden van kortstondige indringers, wiens geur voorgoed uit mijn leven verdween met het wassen van de vuile lakens.

Zo was er de Profiteur (al moet ik zeggen dat ik die in zijn pure vorm nooit zoveel ben tegengekomen; er was altijd véél meer drama bij), de zelfverklaarde Echtscheider (waar de wederhelft dan blijkbaar nog niet écht mee aan het echt-scheiden was, maar hey, dat is een detail), de Florent Nightingale die me kwam redden als het hem goed uitkwam, de Plakker (die ik ooit letterlijk van de grond heb moeten trekken na een duikvlucht uit wanhoop, jawel) en de Trofeeënjager die nog net geen baarmoeder-geweien aan zijn muur had hangen van wild dat hij geschoten had.

Bon, een heel scala aan ervaringen, zo heet dat dan, want de term mislukkingen zou wel eens kunnen impliceren dat dit allemaal negatief was. Terwijl gedumpt worden toch weer een wijze levensles is waar we dankbaar voor moeten zijn, aldus Ingeborg en de Wetten Van de Kosmos.


Ben ikzelf dan niet in de fout gegaan? Absoluut. Ik ben de eerste om dat toe te geven.Ik ben ook niet altijd open en eerlijk geweest, ik heb soms ook getwijfeld, ik heb dingen ook soms laten aanmodderen.

Maar potverdikke gasten, als ge uzelf hier in herkent, denk dan eens na.

Ik heb een groot bakkes als ge me leert kennen, ik weet dat. Dat is nu eenmaal een gewoonte, ik ben tussen de ‘grote’ jongens opgegroeid, als abnormaal laat nakomertje.

Maar ik heb de plotse exodus altijd maar mogen aanvaarden en verwerken, zonder een overbodig ongemakkelijk gesprek achteraf. Geen goeie uitleg, geen verklaring, geen excuses. Nooit heb ik vuile wraakacties gepland. Nooit heb ik mijn mond voorbijgepraat wanneer ik moest zwijgen.

Nooit heb ik gestalkt, bedreigd, gesaboteerd, gezeurd.

En dit is het resultaat: ik ben op.

Ik ben genomen.


De liefde is een oneerlijke strijd: degene die het meeste voelt, zal uiteindelijk de verliezer zijn.